De oorlog tegen valse geruchten

Barack Obama in Keniaanse kledijDertien procent van de Amerikanen denkt dat presidentskandidaat Barack Obama een moslim is. Voor alle duidelijkheid: dat is hij niet en ook nooit geweest. Maar dat meer dan een tiende van de Amerikanen dat denkt zegt veel over hoe hardnekkig valse geruchten kunnen zijn. Om negatieve berichten onmiddellijk te bestrijden stelt Obama een team samen dat als taak heeft dag en nacht alle media – vooral internet – te volgen en al het negatieve nieuws ogenblikkelijk te bestrijden. Nog voordat het blijft plakken. Zij zitten in wat Bill Clinton ooit de war room noemde.

De war room heeft als taak om bliksemsnel te reageren op aantijgingen en negatieve berichten. Door de hoge snelheid waarmee de media nieuws doorsluizen aan de kiezers, is het niet voldoende om één maal per dag de pers te woord te staan. Veel nieuws bereikt de kiezers dan zonder dat de campagne er haar eigen draai aan heeft kunnen geven.

Het gevolg is dat onware aantijgingen breed worden uitgemeten op de voorpagina van de krant, terwijl de ontkrachting of nuancering de volgende dag op pagina tien staat. Politieke campagneteams weten dat dit niet goed is. Zij beseffen zich dat het veel gemakkelijker is om een argument te weerleggen dat nog niemand gelooft, dan een argument wat iedereen al – gedeeltelijk – heeft aangenomen voor waar.

De campagne van Bill Clinton heeft de war room gepionierd in de verkiezingsstrijd tegen de eerste president Bush. De war room van Clinton was zo vlot dat ze geregeld de officiële reactie van Clinton konden geven op een speech die Bush gaf, voordat hij klaar was met spreken. In de media ging het dan niet over wat Bush zei, maar over de reactie van Clinton. Hierdoor domineerde Clinton de verkiezingsstrijd.

De website van Obama’s war room: fightthesmears.com.

Victor Vlam is debattrainer bij Debatrix. Hij woonde zeven jaar in de VS en volgt voor debatblog.nl de Amerikaanse verkiezingen.

2 reacties

  1. Door Job Gepubliceerd op 27 juni 2008

    Sterk stuk!

    Gisteren een aardige praktische techniek tegengekomen om geruchten binnen je bedrijf de kop in te drukken.

    Direct keihard ontkennen!
    Iemand zei “Ik hoorde dat ‘die en die’ ook iets op dat terrein gaan doen.”
    Antwoord: “Onzin, kan niet!”
    – “Ja maar die en die zei..”
    – “Kan niet, wij doen daar alles en hebben daar een contract met een alleenrecht. Punt!”
    De man zei het op zo’n stellige toon dat iedereen direct een andere houding aannam tenopzichte van het gerucht.

    De neiging is meestal om na te vragen “Joh, echt waar? Hoe zit dat?” Terwijl je daarmee alleen maar meer aandacht en legitimiteit aan het gerucht geeft.
    Direct hard ingrijpen zorgt ervoor dat de verspreider van het gerucht in iedergeval zelf een stuk onzekerder is over wat hij of zij rondbazuint en daarmee sterft het gerucht hopelijk een stille dood.

  2. Door Victor Vlam Gepubliceerd op 28 juni 2008

    New York Times publiceerde er gisteren een fascinerend artikel over dat ook de insteek van Job bevestigd:

    “The brain does not simply gather and stockpile information as a computer’s hard drive does. Facts are stored first in the hippocampus. But the information does not rest there. Every time we recall it, our brain writes it down again, and during this re-storage, it is also reprocessed. In time, the fact is gradually transferred to the cerebral cortex and is separated from the context in which it was originally learned. For example, you know that the capital of California is Sacramento, but you probably don’t remember how you learned it. This phenomenon, known as source amnesia, can also lead people to forget whether a statement is true. Even when a lie is presented with a disclaimer, people often later remember it as true.”

    Link: http://www.nytimes.com/2008/06/27/opinion/27aamodt.html?em&ex=1214798400&en=55e3196d3a7018e0&ei=5087

Voeg een reactie toe

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.