Debattips voor Europese lijsttrekkers

Gisteravond was er een Europees lijsttrekkersdebat op televisie, bij Pauw & Witteman op Nederland 1. De komende weken zullen er diversen volgen. Veel van deze debatten draaien uit op een herhaling van zetten, zonder dat het de twijfelende kiezer duidelijk wordt waar de verschillende partijen nu precies voor staan. Vaak laten lijsttrekkers hun inbreng volledig domineren door de vragen van de debatleider. Hun eigen verhaal komt zelden of nooit uit de verf.

Wat is de oorzaak en wat is eraan te doen? Europa is groot en ingewikkeld. De debatleiders zijn ambitieus, en proberen doorgaans om in ruim een uur tijd een half dozijn lijsttrekkers te bevragen over alles wat maar enigszins met Europa te maken heeft. Tijdens het eerste publieke lijsttrekkersdebat in Brussel stonden niet minder dan zes fundamentele vraagstukken centraal, waarop de kandidaten in amper een minuut hun visie moesten geven. Aardig als entertainment, maar de kiezer is alles een kwartier later alweer vergeten. Een zinloos debat dus.

Kernboodschap

Hoe kun je je als lijsttrekker tegen zulke omstandigheden wapenen? Hoe zorg je ervoor dat je, ondanks de beperkte spreektijd en lastige vragen, toch aan de kiezer weet duidelijk te maken waar jouw partij voor staat? Dat doe je door al je antwoorden binnen één overkoepelend thema te plaatsen, en elke gelegenheid aan te grijpen om deze kernboodschap opnieuw onder de aandacht te brengen. Zo kan CDA-lijsttrekker Wim van de Camp bij elk punt in het debat aangeven dat hij werkt aan zekerheid, de campagne slogan van de partij. Want alles wat niet minstens driemaal wordt herhaald, is de kiezer al snel vergeten. En waarom zou hij eigenlijk de moeite nemen om te gaan stemmen, als niemand hem het belang van zijn stem duidelijk kan maken?

Cruciaal is ook dat de lijsttrekkers ook de juiste gevoelens weten op te wekken bij de doelgroep, bijvoorbeeld door begrip te tonen voor de zorgen van de kiezer. Van de Camp gaf tijdens debat in Brussel maar liefst zes redenen voor de steun van het CDA aan het Europees landbouwbeleid, maar toonde geen enkel begrip voor mensen die zich afvragen waarom er überhaupt zoveel geld aan landbouw wordt uitgegeven. Op dit punt handelde PvdA-lijsttrekker Thijs Berman slimmer: hij benadrukte eerst het belang van landbouw, om vervolgens uit te leggen dat het systeem volgens hem onrechtvaardig en inefficiënt is. Zelfs al ben je het als kiezer niet met hem eens, dan voel je je tóch begrepen.

Nationaal belang

Om diezelfde reden is het onverstandig van GroenLinks-prominenten Kathalijne Buitenweg en Joost Lagendijk om met veel kabaal te beweren dat zoiets als ‘het Nederlands belang’ niet bestaat. Ze lopen zo het risico dat ze vele kiezers van zich vervreemden die het wellicht op veel punten met hen eens zijn, maar toch vinden dat er wel degelijk een Nederlands belang bestaat en zich daarom liever door iemand anders laten vertegenwoordigen.

Gevoelens wek je op door abstracte Europese issues te vertalen naar zo concreet mogelijke voorbeelden. Als je het wilt hebben over het belang van anti-discriminatiewetgeving, vertel dan een aangrijpend verhaal over een homoseksuele huurder in Warschau die stelselmatig wordt gepest, gediscrimineerd en bedreigd. En nu heeft zijn huurbaas ook nog eens de huur opgezegd nadat hij erachter kwam dat zijn huurder homoseksueel is. Met zulke verhalen zorg je ervoor dat kiezers iets voelen bij je standpunten. Dat is belangrijk, omdat — zo heeft de neurowetenschap aangetoond — we vaak op gevoel beslissen en die keuze later pas rechtvaardigen met rationele argumenten.

Inside-baseball

Om gevoelens op te wekken zouden de Europese lijsttrekkers zich tenslotte veel minder moeten richten op wat Amerikanen inside-baseball noemen: zaken die voor een politicus van groot belang kunnen zijn, maar voor de kiezer triviaal. De modale kiezer wil helemaal niet weten bij welke Europese fractie een partij aansluiting zou moeten zoeken of volgens welke procedure bepaalde wetgeving tot stand is gekomen. Dat soort discussies leidt enkel tot verwarring en onbegrip.

Als de slager aan iedere klant zou vertellen hoe hij zijn worsten maakt, zou hij er waarschijnlijk weinig verkopen. In plaats daarvan benadrukt hij wat de klant aan die worsten heeft. Daar kan menige Europees lijsttrekker nog iets van leren.

Kader: Hoe bereid je een debat voor?

  1. Bepaal je kernboodschap. Stel dat je doelgroep slechts één ding kan onthouden van het debat, wat zou dat dan moeten zijn? Idealiter overspant deze kernboodschap als overkoepelend thema de belangrijkste punten die je wilt maken tijdens het debat. Zodat elke kijker na afloop van het debat hetzelfde antwoord geeft op de vraag waar jouw partij voor staat. En dus weet wat een stem op jouw partij oplevert.
  2. Zoek krachtige illustraties van je kernboodschap. Sprekende voorbeelden, pakkende anekdotes en treffende oneliners blijven vaak hangen bij het publiek. Maar regelmatig hebben ze niets te maken met de kernboodschap, waardoor ze zelfs contraproductief kunnen werken. Selecteer de voorbeelden en anekdotes die bij je kernboodschap passen, en bewaar de rest voor een volgende gelegenheid.
  3. Anticipeer de belangrijkste aanvallen van je tegenstanders en bedenk een sterk weerwoord. Politici die worden aangevallen in het debat, vallen vaak in een reflex terug op hun politieke routine. In plaats van in heldere taal tot de kiezer te spreken, richten ze zich met jargon tot hun tegenstander. Dat is wellicht effectief in een commissievergadering, maar dodelijk in het publieke debat. Door te oefenen met mogelijke aanvallen herken je ze sneller in het debat en voel je je zelfverzekerder.

Dit artikel verscheen vandaag op de pagina ‘Nederland & Europa’ in nrc.next.

Voeg een reactie toe

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.