Lijsttrekkersanalyse #2: Rita Verdonk

“U zit hier te liegen!” Met deze bestraffende woorden richtte Rita Verdonk zich tijdens het Uruzgan-debat tot vicepremier Wouter Bos. Maar wie niet beter wist, zou uit haar bestraffende toon en sterk overdreven intonatie opmaken dat ze het hier tegen een ongehoorzame kleuter had.

Verdonk staafde haar bewering met een merkwaardig syllogisme. Bos had namelijk een rood hoofd. En mensen die liegen hebben daar vaak last van. Daaruit volgde volgens Verdonk logischerwijs dat Bos aan het liegen was.

In een adem door gaf ze nog een sterk staaltje van haar raadselachtige redeneertrant. Ze vertelde Bos dat ze niet van plan was een motie van wantrouwen tegen hem in te dienen, “want dan zou heel Nederland dat doen”.

Zoals wel vaker werd de bijdrage van Verdonk ontvangen met hoongelach. Andere Kamerleden nemen zelden de moeite om te reageren op wat Verdonk zegt; tijdens de Algemene Beschouwingen werd ze niet één keer geïnterrumpeerd. Nu hoeft dat geen probleem te zijn, als Verdonk erin zou slagen tijdens de debatten iets los te maken bij de kiezer. Maar ook dat lukt haar niet.

Slechte onderbouwing

Dat zit ‘m vooral in het gebrek aan creativiteit bij de onderbouwing van haar standpunten. Zelden illustreert Verdonk haar punt met een boeiende anekdote, een treffend voorbeeld of een pakkende metafoor. Zelden gebruikt ze humor. Geen moment straalt ze uit dat ze plezier heeft in het debat. En daar waar Geert Wilders vaak de kiezer aanspreekt, richt Verdonk zich meestal tot haar politieke tegenstander.

Daarbij is Verdonk vooral memorabel op de momenten dat ze uit haar slof schiet. En op die momenten weet ze zelden een krachtig verhaal neer te zetten. Daardoor zien we wel dat ze boos is, maar niet waarom ze boos is.

Ook als ze niet boos is, onderbouwt ze haar voorstellen onvoldoende. Bijvoorbeeld tijdens het verkiezingsdebat op Radio 1 in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Daar pleitte ze voor de gekozen burgemeester, voor meer agenten op straat en tegen het bouwen van prestigeobjecten. Bijna elke keer dat ze het woord kreeg, introduceerde ze een nieuw standpunt. De onderbouwing voor deze standpunten ontbrak echter volledig. Daarmee liet ze een belangrijke kans liggen om kiezers te overtuigen die het (nog) niet eens waren met haar voorstellen. En ze gaf kiezers dit het al wél met haar eens waren geen extra reden om juist op haar te stemmen, in plaats van hun stem te geven aan een partij met vergelijkbare standpunten.

“Regels zijn regels”

Het is een euvel waar Verdonk al langer mee worstelt. Hoewel ze bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 2006 aanzienlijk meer stemmen kreeg dan Mark Rutte, legde ze het in de onderlinge debatten tegen hem af. In de debatten tussen de kandidaat-lijsttrekkers van de VVD maakte Rutte vooral het verschil door zijn argumenten beter te onderbouwen. Beide kandidaten bedienden zich handig en selectief van opiniepeilingen die in hun voordeel werkten. Maar waar Verdonk zich beperkte tot het noemen van peilingen en Rutte’s voorbeelden grotendeels negeerde, “omdat het niet klopt”, nam Rutte de moeite om de peilingen aan het publiek te verklaren. Los van de vraag of alles wat hij zei klopte: hij had de juistheid van zijn peilingen in elk geval een stuk aannemelijker gemaakt.

In haar tijd als minister van Vreemdelingenzaken en Integratie werd Verdonk regelmatig naar de Tweede Kamer geroepen. Ook daar gaf ze nauwelijks uitleg bij haar standpunten. “Regels zijn regels,” zo sprak ze standvastig. En haar achterban vond het prachtig. Het versterkte het beeld van ‘IJzeren Rita’.

Als lijsttrekker moet ze nu niet alleen zichzelf verkopen, maar ook haar partij. Door het gebrek aan argumentatie lukt het Verdonk onvoldoende om tijdens debatten een achterliggende visie of onderliggende waarden te presenteren. Verdonk vertelt wel wat ze wil, maar legt niet waarom ze dat wil. En dat is jammer. Want als je eerst een overkoepelend thema biedt aan de kiezer, dan kun je elk voorstel gebruiken als bouwsteen voor jouw grotere visie op de samenleving.

Nu blijft het een opsomming van standpunten zonder samenhang. En dat beklijft bij weinig kiezers.

Kader: En wat leren we hiervan?

Hoe meer we ergens van overtuigd zijn, hoe minder we het nog uitleggen. We slaan vaak alle redeneerstappen over die voor onszelf vanzelfsprekend zijn. Ook als mensen het al met jou eens zijn, kan het nooit kwaad om hen een reden te geven waarmee zij het standpunt naar henzelf en naar anderen kunnen rechtvaardigen.

Wanneer er niet veel op het spel staat voor jouw doelgroep, doet de kwaliteit van de reden er niet eens toe. De meeste mensen hebben geen zin om er over na te denken en het geven van een reden – wat voor reden dan ook – volstaat. Het liefst zo veel mogelijk. Staat er wél veel op het spel voor jouw doelgroep, beperk je dan tot één hele goede reden. Zwakke redenen zullen mensen aangrijpen om zich tegen je te richten.

En wat leren we hiervan? Geef altijd een reden!

Dit artikel verscheen vandaag op de opiniepagina van nrc.next.

Geen reacties

Voeg een reactie toe

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.