NOS Debat: Lijsttrekkers verzuimen belang van deze verkiezingen uit te leggen

Het NOS lijsttrekkersdebat werd neergezet als een strijd om de zwevende kiezer. Maar feitelijk was het voor de lijsttrekkers minstens zo belangrijk dit debat aan te grijpen om hun eigen achterban naar de stembus te krijgen. Om de kiezer het gevoel te geven dat elke stem telt. En dat de kiezer daadwerkelijke invloed heeft op de toekomst van het land.

Wat dat betreft deed Job Cohen goede zaken tijdens het NOS lijsttrekkersdebat. Hij benadrukte het belang van deze verkiezingen door te waarschuwen voor een mogelijke tweedeling van de samenleving. Deze verkiezingen, zo sprak hij, gaan over “de richting van het land”. En wil de kiezer een progressieve coalitie, dan is het volgens Cohen cruciaal dat de PvdA de grootste partij wordt. Daarmee spoorde hij niet alleen zijn eigen achterban aan om beslist naar de stembus te gaan, maar zou hij ook wel eens twijfelende kiezers het argument gegeven kunnen hebben om in het stemhokje uiteindelijk toch voor zijn partij te kiezen.

De overige lijsttrekkers probeerden vooral zetels te sprokkelen door hun directe concurrenten op beschaafde wijze aan te vallen. Daarmee leken ze zich uitsluitend te richten tot de zwevende kiezer, zonder tegelijkertijd hun eigen achterban te mobiliseren. De lijsttrekkers gebruikten vrijwel uitsluitend rationele argumenten, waarbij ze zich in vrij procedurele en technische taal tot elkaar richtten. Wat wederom mistte, was pathos (bezieling). Dit debat bood hen een laatste mogelijkheid tot een appel aan de kiezer, en die mogelijkheid lieten de meeste lijsttrekkers onbenut.

Geert Wilders en Emile Roemer redeneerden weliswaar vanuit de kiezer, maar verzuimden daarbij het belang van deze verkiezing uit te leggen. Wilders had voor het eerst een sterke inbreng op sociaal-economische thema’s. Roemer vertelde de kiezer voor het eerst meer over zijn eigen achtergrond in het onderwijs en maakte zijn onderwijspunt daarmee aanzienlijk geloofwaardiger.(1)

Mark Rutte en Jan Peter Balkenende kwamen door de opzet van het debat merkwaardig genoeg pas na drie kwartier voor het eerst aan het woord. Rutte hanteerde opnieuw zijn strategie van de eerdere debatten, door elke aanval zonder uitleg te pareren (“onzin”, “klopt niet”) en vervolgens de tegenaanval in te zetten. Aan het einde van het debat kwam hij daardoor wat zelfvoldaan over – alsof de buit al binnen was. Balkenende verviel in oude fouten: hij sprak te snel, slikte lettergrepen in en zette zich vooral af tegen anderen zonder het CDA-standpunt duidelijk neer te zetten.

Alexander Pechtold en Femke Halsema begonnen beiden beheerst aan het debat, maar enkel Halsema wist die strategie tot het einde van het debat door te zetten. Pechtold werd steeds feller en sprak tegelijkertijd merkwaardig genoeg in steeds abstractere termen. André Rouvoet was vrij onzichtbaar in het debat.

Debatleider Ferry Mingelen spoorde de kandidaten goed aan om hun standpunten scherper te formuleren, maar ging pijnlijk in de fout in de slotfase van het debat. Met cynische ondertoon verweet hij Balkenende dat hij uit ervaring sprak als het ging om vaagheden (zie transcript).

Met deze uitspraak verloor hij zijn neutraliteit in het debat en daarmee zijn autoriteit als debatleider. Ieder verkiezingsdebat kenmerkt zich door een voortdurende strijd om de schaarse spreektijd. Stevige leiding is cruciaal om de discussie in goede banen te leiden en te voorkomen dat de lijsttrekkers door elkaar heen spreken. Toen Mingelen tot ongeloof van vooral Rutte en Halsema de geloofwaardigheid van Balkenende op dit moment ter discussie stelde, verloor hij zijn autoriteit. De deelnemers negeerden zijn leiding en spraken door zijn interventies heen.

1 reactie

  1. Door rosa Gepubliceerd op 4 maart 2011

    bedankt nu weet ik al een hoop meer

Voeg een reactie toe

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.